10 tips voor de productie van een toegankelijke video

Gebruik bij de productie van een video onderstaande tips. Het is dan een stuk eenvoudiger om de video toegankelijk te krijgen. De tips zijn gebaseerd op de Web Content Accessibility Guidelines 2.0 (WCAG 2.0). Met dank aan Jeroen Wijering en Martijn Frazer.

De 10 tips voor de productie van een toegankelijke video:

  1. Zorg voor normaal spreektempo
  2. Probeer audiodescriptie te voorkomen
  3. Zorg dat achtergrondgeluid minimaal 4 keer zachter is dan spraak
  4. Zorg dat teksten die getoond worden voldoende groot zijn
  5. Voorkom lichtflitsen of lichtflikkeringen
  6. Gebruik meer dan alleen kleur om informatie over te brengen
  7. Zorg voor voldoende contrast bij beelden die informatie overbrengen
  8. Zorg dat er ruimte is voor de ondertiteling
  9. Lever de video op in het juiste formaat
  10. Lever de video op met volledig transcript

Iets over closed captions en audiodescriptie

Voordat ik iets uitleg over het produceren van een video, wil ik iets kwijt over het publiceren van een video. Om een video toegankelijk aan te bieden moet deze voorzien zijn van ondertiteling en aanvullende spraak als de video van zichzelf onvoldoende duidelijk is voor blinden of doven.

Ondertiteling in de vorm van closed captions

De ondertiteling moet in de vorm van closed captions (zie afbeelding hieronder). Dat houdt in dat de tekst gekoppeld is (gesynchroniseerd) aan de video. Ondertiteling is bijvoorbeeld nodig als iemand iets vertelt. Kijk naar de video en hou je oren dicht en je weet precies welke ondertiteling er nog nodig is.


Afbeelding 1: Afbeelding Video met ondertiteling (Bron: KING)

Aanvullende spraak in de vorm van audiodescriptie

Als er bijvoorbeeld tekst in beeld wordt getoond dan moet deze tekst ook als spraak (audio) beschikbaar zijn. Anders mist deze informatie voor mensen die blind zijn. Extra spraak die aan de video wordt toegevoegd heet audiodescriptie.

Wat iemand mist als deze spraak niet wordt toegevoegd kun je je het beste voorstellen door je ogen dicht te doen en naar de video te luisteren: de informatie die je dan mist moet met aanvullende spraak, audiodescriptie, worden toegevoegd.

Andere richtlijnen voor het toegankelijk publiceren van video

Behalve closed captions en audiodescriptie zijn er meer richtlijnen waar je rekening mee moet houden bij het publiceren van een video. Ik ga daar verder niet op in. Op bijvoorbeeld de website van Accessibility.nl vind je hier meer informatie over.

Tip 1: Zorg voor normaal spreektempo

Nu verder met tips voor het produceren van een toegankelijke video.

Het lezen van de ondertiteling gaat langzamer dan spraak. Het is dus belangrijk dat het spreektempo in de video niet te hoog ligt. Een rustig spreektempo is ook nodig voor een goede verstaanbaarheid van de spraak. Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan anderstaligen of als je zelf iemand hoort spreken in een buitenlandse taal.

Nico van Son (in Ondertiteling voor doven: samenvattend of integraal?) schrijft hier het volgende over:

Ondertiteling van een video bestaat uit maximaal 2 regels tekst die met een bepaalde snelheid bij de video getoond wordt. In Europa wordt daarbij de zogenaamde 6-secondenregel gehanteerd: een volledige tweeregelige ondertitel, maximaal 64 karakters lang, staat maximaal 6 seconden in beeld alvorens een nieuwe ondertitel verschijnt (Gielen & d'Ydewalle, 1989). De 6-secondenregel levert een presentatiesnelheid van ongeveer 120 woorden per minuut op. Met deze snelheid kan geen volledige weergave van de gesproken tekst bereikt worden: een gemiddelde spreker haalt al gauw 160 tot 180 woorden per minuut. Deze methode van ondertiteling betekent dus noodzakelijkerwijs dat de ondertiteling een samenvatting is van de gesproken tekst.

Van Son heeft in de betreffende publicatie onderzocht of het voor doven en slechthorenden uitmaakt of de ondertiteling volledig (integraal) is of dat het samenvattend mag zijn. Uit het onderzoek blijkt hier geen verschil in. Dat betekent dat er bij de productie van de video geen extra laag spreektempo nodig is, wanneer de video later nog ondertiteld wordt. Maar, een rustig tempo is dus wel aan te raden.

Tip 2: Probeer audiodescriptie te voorkomen

Bij veel video's is het goed mogelijk om audiodescriptie te voorkomen. Probeer daarom dat tekst die in beeld komt ook wordt opgelezen of wordt verteld.

Enkele voorbeelden:

Voorbeeld 1
Bij een interview wordt in tekst eronder getoond wie er spreekt. In dat geval is er audiodescriptie nodig om dit toe te voegen. Als de spreker mondeling wordt geïntroduceerd, dan is hiervoor audiodescriptie niet nodig.

Voorbeeld 2
Als iemand een presentatie houdt en de tekst op de sheets wordt niet opgelezen, dan is audiodescriptie nodig. Als de spreker geïnstrueerd wordt om alle tekst op de sheets op te lezen, dan is ook hier audiodescriptie niet nodig.

Heb je toch audiodescriptie nodig, dan moet je deze als los bestand opleveren bij de video.

Tip 3: Zorg dat achtergrondgeluid minimaal 4 keer zachter is dan spraak

In WCAG 2.0 staat:

De achtergrondgeluiden zijn ten minste 20 decibel lager dan voorgrondspraak, met uitzondering van incidentele geluiden die slechts 1 of twee seconden duren.

Aangezien decibel een logaritmische schaal is, volgt uit deze eis dat achtergrondgeluid ongeveer 4 keer zachter moet zijn dan spraak.

Tip 4: Zorg dat teksten die getoond worden voldoende groot zijn

Als teksten getoond worden - bijvoorbeeld tekst op sheets - dan moeten deze ook leesbaar zijn, bijvoorbeeld voor slechtzienden. Er is geen eenduidige maat voor "voldoende" groot. Dat heeft ook te maken met het formaat waarin de video uiteindelijk wordt aangeboden. Het is dus een beetje inschatten wat voldoende is.

Tip 5: Voorkom lichtflitsen of lichtflikkeringen

Lichtflitsen in een video kunnen een epileptische aanval veroorzaken. Voorkom daarom dit soort flikkeringen of flitsen in een video. Je moet trouwens behoorlijk je best doen om een video te maken met dergelijke lichtflitsen, maar desondanks bestaan ze.

Zet je schrap: de letterlijke tekst in WCAG 2.0 is:

  1. er zijn niet meer dan 3 algemene flitsen en/of niet meer dan 3 rode flitsen binnen elke periode van 1 seconde; of
  2. het totale oppervlak van gelijktijdig optredende flitsen beslaat niet meer dan in totaal 0,006 steradialen binnen elk segment van 10 graden van het visueel veld op het scherm (25% van elk segment van 10 graden van het visueel veld op het scherm) op gangbare kijkafstand,
  3. waar:
    • een algemene flits gedefinieerd is als een koppel tegengestelde veranderingen in de relatieve luminantie van 10% of meer van de maximum relatieve luminantie waar de relatieve luminantie van de donkerste afbeelding beneden 0,80 is; en waar "een koppel tegengestelde veranderingen" een stijging is gevolgd door een daling, of een daling gevolgd door een stijging, en
    • een rode flits is gedefinieerd als een paar tegengestelde overgangen waaronder 1 naar verzadigd rood.

Het is niet erg als je afgehaakt bent, dat ben ik ook. Onthou daarom vooral: zorg dat er geen flitsen of flikkeringen in de video zijn.

Tip 6: Gebruik meer dan alleen kleur om informatie over te brengen

Een rood lampje in de video wordt door mensen die kleurenblind zijn niet als rood waargenomen. Zie bijvoorbeeld de afbeeldingen hieronder: links is de pijl rood, rechts is de pijl in de kleur die mensen zien als ze kleurenblind zijn.

Zorg dus goed dat informatie niet enkel met kleur wordt overgebracht. Dat betekent dat kleur best gebruikt mag worden om betekenis over te brengen, maar niet enkel met kleur. Vergelijk dit met een stoplicht: daar is de kleur én de positie bepalend voor de betekenis. En dus vormt een stoplicht geen probleem voor een kleurenblinde.

Afbeelding 2: Voorbeeld van een stoplicht met extra rood licht voor rechtsaf
(Bron: www.verwey-jonker.nl)

Tip 7: Zorg voor voldoende contrast bij beelden die informatie overbrengen

Net als dat geldt voor andere informatie op het web is ook voor video belangrijk dat er voldoende contrast is.

De maat voor contrast is contrastratio. WCAG 2.0 hanteert als minimum:

  • 4,5 voor gewone tekst
  • 3,0 voor grote tekst

Dus als er bijvoorbeeld tekst in de video leesbaar is, dan gelden deze contrasteisen. Deze eisen gelden niet voor tekst die opgenomen is in een logo of een merknaam: daar heb je dus alle vrijheid.

Een handige tool om zelf het contrast te meten is de Colour Contrast Analyser.

Tip 8: Zorg dat er ruimte is voor de ondertiteling

Bij het maken van de video moet je er rekening mee houden dat er nog een ondertiteling bij komt. Zorg daarom dat er ruimte is voor deze ondertiteling. Zorg ook dat tekst die getoond wordt niet achter de ondertiteling komt te staan, want dan is deze niet meer leesbaar. Je kunt de tekst daarom beter bovenaan zetten in plaats van onderaan (want daar staat in de regel de ondertiteling).

Tip 9: Lever de video in het juiste formaat

De video die je maakt wordt uiteindelijk ergens online geplaatst.

Vanuit WCAG 2.0 geldt dat de ondertiteling (closed captions) en eventuele extra spraak (audiodescriptie) gekoppeld aan de video moeten zijn. Daarnaast wil je dat de video op alle gangbare platforms bruikbaar is. Dus op een PC, op een Mac, op een iPad en in mobiele browsers. En in HTML 4 én 5. Op de website van Jeroen Wijering kun je lezen dat het voldoende is als je een MP4-bestand van de video hebt.

Wat heb je nodig om hieraan te voldoen?

  1. Toegankelijke player
    Zorg dat je bij het online plaatsen van de video gebruik maakt van een toegankelijke player, bijvoorbeeld de JW Player van Jeroen Wijering.
  2. Video in MP4-formaat
    Het is voldoende om een MP4 van de video te hebben. Andere formaten - zoals WMV of Flash - zijn niet nodig. De JW Player maakt bijvoorbeeld automatisch van deze MP4 een Flash-variant.
  3. Closed captions en audiodescriptie als losse bestanden
    Als ondertiteling en extra spraak nodig zijn, zorg dat ze gesynchroniseerd zijn met de video en lever deze dan aan als losse bestanden.

MP4 is in feite een pakket dat opgebouwd is uit 3 blokken (bron Longtail Video):

  • Een video-codec, waarin de video zit.
  • Een audio-codec, die de audio bevat.
  • De container, waarin de video- en audio-codec zijn ingepakt.

MP4 gebruikt H264 als video-codec en AAC als audio-codec.

Een MP4 kun je zelf eenvoudig maken met het programma Handbrake.

Tip 10: Zorg voor volledig uitgeschreven tekst

Als de video online geplaatst gaat worden, is er ondertiteling nodig. Daarvoor is het handig als er al een transcript is, een volledig uitgeschreven tekst van de video. Meestal is dit al aanwezig, want vaak wordt bij de productie van video ook een transcript gemaakt.

Overzicht artikelen